Wielermodepolitie

Wielermodepolitie

In het wielrennen gelden regels. Zeker voor wielertoeristen. Nu heb ik altijd geleerd dat regels er zijn om ter discussie te stellen. Of erger nog: Dat Maken We Zelf Wel Uit. Hieronder een aantal van die regels die ik paar jaar terug in het NRC las. Voorzien van mijn commentaar.

Pronk niet met shirts die je op de top van een bekende berg hebt gekocht. Ik kocht eens een T-shirt ‘Mont Ventoux Le legende’ en droeg dat in een Frans dorpje. Er kwam meteen een landgenoot naar me toe die me enthousiast vroeg hoe dat was geweest, die berg opfietsen. Ik moest bekennen dat ik de beklimming per auto had gedaan. Een T-shirt gekocht en op een terras was gaan zitten met een koud biertje. Stond ik even mooi voor gek.

T-shirt 'Mont Ventoux Le legende
T-shirt ‘Mont Ventoux Le legende

‘Draag geen geitenwollen sokken, hippe geblokte kousen of hoog opgetrokken sportsokken. Met witte wielersokken tot iets boven de enkel zit je altijd goed.’ Kalendercommentaar: Ik ga voor zwarte sokken, zie Lance Armstrong. Persoonlijk vind ik van die malle enkelsokjes het ergste.

‘Koop geen te dure fiets: Bij duurdere fietsen draait het vooral om gewicht. De profs rijden rond met een vetpercentage zo laag dat het grenst aan het ongezonde, bij wielertoeristen is eerder het omgekeerde het geval. Elk voordeel dat een lichtere fiets biedt, valt in het niet bij een paar kilo afvallen.’ Ik zag eens een dikke man op een terras achter een bord patat met een kroket zitten. Zijn fiets stond tegen de heg. Ik keek even naar de groep die erop zat. ShimanoDura-Ace Di2. De man zag er tevreden uit en ik was een weinig jaloers.

Tourcafé Rotterdam 2010
Tourcafé Rotterdam 2010

‘Koop geen complete outfit van een wielerploeg. Je draagt geen kleren van een ploeg waar je niet toe behoort. En je draagt zeker geen kampioenkleding. Dus geen Gele Trui, Bolletjestrui , Roze Trui, Wereldkampioentrui of Nationale kampioenstrui. Heel verleidelijk als het een mooi tenue betreft zoals dat – naar mijn persoonlijke mening – van Astana. Soms heel makkelijk te vermijden als het – naar mijn persoonlijke mening – een lelijk tenue betreft zoals het oude Rabobank. Ik ga trouwens ook even hard/langzaam in een gewoon T-shirt XL. Dan word ik ook niet steeds uitgelachen door wandelende dames die een man in een te strak lycrapakje zien.

‘Verwijder overbodige accessoires, zoals fietspompjes, een klein zadeltasje en een bel op je fiets.’ Mijn fietspomp gaat gewoon mee. Ik kan niet blijven bellen dat mijn vrouw me moet komen halen met de auto als ik lek rijdt. In het zadeltje zit een nieuw bandje. Een fietsbelletje houd ik ook op de fiets. Dat roepen naar die scholieren die het fietspad blokkeren helpt zeker niet.

‘Zorg voor een schoon en net stuurlint, evenwijdig aan beide kanten en in dezelfde kleur als het zadel.’ Mijn stuurlint is wit. En mijn zadel is zwart.

Mijn Colnagofiets
Mijn Colnagofiets

‘Stem kleuren af. Frame, bidons en kleding mogen niet met elkaar vloeken.’ Ja, dag hoor. We zijn geen modepopjes, dat gaat te ver.

‘Dopjes op je ventiel zijn onnodig op een racefiets.’ Zijn onnodig op elke fiets.

Tot slot: Lekker fietsen. Trek aan wat je zelf wil. Trek je niks aan van de regels die de wielermodepolitie voorschrijft.

Op de Brienenoordbrug
Op de Brienenoordbrug

Lees ook De Fietsscheurkalender 2020

2 gedachten over “Wielermodepolitie

  1. Mooi verhaal en heel herkenbaar. Met name dikbuikige fietstoeristen in regenboogshirts zijn deerniswekkend, evenals overigens zwarte sokken en (erger) bijna-kniekousen in het amateur- en profpeloton! (over enkelsokjes praten we niet eens). Tot slot: hou in de gaten wanneer de overstap naar een elektrieke damesfiets onvermijdelijk is. Voordeel: daarop gelden geen kledingvoorschriften.

Reageren is niet mogelijk.

Reageren is niet mogelijk.