Tien jaar fietsscheurkalender

Tien jaar fietsscheurkalender

Tien jaar Fietsscheurkalender.

De kalender viert in 2019 de tiende editie, hieronder een fragment uit de Fietsscheurkalender van 2012.

Joop Zoetemelk is ook ooit begonnen.

Ik begon met fietsen gewoon net als elke Nederlandse jongen van huis naar school en terug. Na mijn schooltijd ging ik op mijn vijftiende werken bij mijn ooms, broers van mijn moeder, in de bouw. We werden opgehaald met een busje, maar ik pakte liever de fiets en fietste naar mijn werk en terug. Ook weerhield het fietsen me van cafébezoek. Daar had ik toch geen zin in, dus kwam het goed uit dat ik ‘moest’ fietsen. Gezond blijven.

Ik deed ook aan schaatsen in de legendarische winter van 1963, er lag overal ijs en lang ook. Ik kon het aardig en won veel wedstrijdjes. Ik had nog geen geld voor een racefiets en mijn ouders ook niet, maar omdat ik zo goed geschaatst had zei mijn moeder. ’Als je 16 jaar bent en niet in het café komt, krijg je van ons een fiets.’

Op bezoek bij Joop
Op bezoek bij Joop

De eerste fiets

Ik wilde eigenlijk een fiets om te gaan trainen voor het schaatsen en toen ik 16 werd kreeg ik mijn eerste tweedehands fiets. Hij was iets te groot, maar dat maakt niet uit met het zadel een stukje naar beneden. Het jaar daarop was het een kwakkelwinter en viel er niets te schaatsen en ging ik steeds meer fietsen. In het voorjaar van 1964 zag ik de renners van wielervereniging Swift uit Leiden steeds langs ons huis komen. Ik bleek aan hun trainingsparcours te wonen. Ze reden door de polders.

De eerste zondag zag ik ze voorbij komen en de tweede zondag weer op precies dezelfde tijd. Op de derde zondag stond ik precies op tijd klaar en ik sprong op mijn fiets en sloot bij ze aan. Zo kwam ik na afloop bij hen in de kantine en daar kreeg ik meteen een formulier en een clublicentie van de secretaris zodat ik voortaan mee kon trainen.

Joop in de Ronde van Katendrecht 2011
Joop in de Ronde van Katendrecht 2011

De eerste wedstrijdjes

Later ging ik ook wedstrijdjes rijden. Als ik in zo’n clubwedstrijd alleen weg kon komen, dan won ik en als ik het niet kon winnen dan werd ik tweede of derde in de sprint. Dat zag de voorzitter ook en hij zei dat ik het  jaar daarop een nationale licentie moest aanvragen om echte wedstrijden te kunnen rijden. Zo begon het eigenlijk min of meer vanzelf.

In januari 1965  had ik die nationale licentie en de club schreef me in voor veldritjes, ik kon gelijk aan de bak in die winter. Ik werd een keertje vijfde, een keertje zesde en de winter daarna deed ik 13 crossen waarvan ik er 11 won. Ik werd ook meteen Nederlands Kampioen bij de nieuwelingen. Ik was toen 17. Twee jaar heb ik nieuwelingen gereden in het veld en op de weg.

Tour 2010 Rotterdam
Tour 2010 Rotterdam Samen met Jan Janssen

Prijzengeld in natura

In de bouwvakvakantie kreeg ik meer tijd om te fietsen en won meteen twee wedstrijden achter elkaar. Als prijs kreeg je in die tijd waardebonnen van de KNWU. Die bonnen kon je inleveren bij een fietsenmaker, kledingwinkel of bij een sportwinkel, je kon ze eigenlijk overal inleveren en daardoor werd mijn moeder ook enthousiast. Mijn vader ging mee naar de koers en mijn broer Frans ging ook een beetje fietsen, maar niet voor lang.

Als mijn vader kwam kijken, zei hij altijd: ‘Goed gereden vandaag, prima. ’Als het niks geworden was, zei hij: ‘Tja, massasprint is niks voor jou, volgende week beter.’ Ik ging nog meer fietsen. We gingen gewoon de criteriums af en als het volgeboekt was gingen we met een paar andere jongens van de club naar België of zo. Als ik maar kon rijden, maakte me het verder niet uit. Ik verdiende op zaterdag en zondag meer met premies en prijzen in de koersen dan in de bouw. Bovendien vond ik het fietsen ook leuk omdat ik veel won. Als je niet meer wint, is er niks meer aan.

Joop tijdens presentatie Open Boek- Fietsscheurkalender
Joop tijdens presentatie Open Boek

Je had nog geen geldprijzen. Allemaal ‘natuurprijzen’. Kip, bloemen, een paar tuben, pedalen. Ik weet nog dat ik in Aalsmeer ging rijden. Ik fietste er naar toe en van de eerste tot de laatste ronde won ik alle premies. Ik dacht, hoe neem ik dat allemaal mee op de fiets? Ik heb alles naar een telefooncel gesjouwd en mijn moeder opgebeld: ‘Als pa straks thuiskomt, ik sta in die en die straat, bij die en die telefooncel.  Mijn vader handelde in aardappelen en was een voorraad wezen halen in Brabant. Hij kwam thuis en alles ging uit het busje. Daarna  reed hij naar de telefooncel. We hebben alles ingeladen en naar huis gebracht.

Liever fietsen

Ik ging met de fiets naar mijn werk. De bouw was in Heemstede en dat was al een uur rijden. Ik kon dan wel met een busje mee, maar dat was niet mijn opzet. Ik stapte liever om zes uur al op de fiets en ‘s avonds ging ik weer op de fiets terug. Dat was ondertussen wel een iets betere tweedehands fiets geworden. Het was gewoon liefhebberij. Kijk, als je er niet van houdt, dan zet je er niets voor opzij. Als je het graag doet, dan is het of je er niets voor hoeft te laten.

Interesse in de fietsscheurkalender? Kijk eens op https://petersproducties.nl/boeken/

De fietsscheurkalender is vanaf augustus te bestellen bij Bol.com

Reageren is niet mogelijk.